telefoon / sms 06-22 58 24 42

beroepsethiek

naar scholingsaanbod

 

Normatieve ethiek leidt tot oordelen die in principe voor iedereen in een samenleving gelden en op iedereen van toepassing zijn. Dus gelden ze ook voor beroepsbeoefenaars. Maar er zijn ook speciale regels die alleen afhankelijk zijn van het beroep dat uitgeoefend wordt; er zijn speciale regels die samenhangen met de werkzaamheden die men binnen dat beroep uitvoert. De algemene regels en specifieke regels per beroep of bedrijfstak vormen samen de beroepsethiek. De beroepsethiek zorgt ervoor dat de beroepsbeoefenaar niet in strijd met de algemeen geaccepteerde normen en waarden van de samenleving handelt. De beroepsethiek biedt de beroepsbeoefenaar de ruimte om op grond van bewezen kennis, vaardigheden en ervaring zijn beroep uit te oefenen binnen de omschreven kaders van het beroep.
voorbeelden van normen binnen de beroepsethiek:
Een arts mag mensen lichamelijk onderzoeken en een leidster in de kinderopvang mag de luier van een baby verschonen. Beiden overschrijden hiermee geen grens omdat hun beroep deze handelingen toestaat binnen de regels van hun beroep.

 

Zowel vanuit de normethiek als vanuit de beroepsethiek kunnen beiden hun handelen verantwoorden en zal de samenleving dit handelen goedkeuren.

 

beroepsethiek & professionele verantwoordelijkheid

Het goede willen doen vanuit normen die gesteld worden aan het werk is een niet geringe verantwoordelijkheid. Het is daarom belangrijk om te bepalen welke verantwoordelijkheid je hebt binnen je werk als beroepsbeoefenaar in zorg- en welzijnsectoren. Je bent in dienst als werknemer en hebt een arbeidsovereenkomst, en binnen de sector waar je werkt is vaak een CAO van kracht. Rechten en plichten staan daar keurig in omschreven. Maar je bent naast werknemer ook een gediplomeerd beroepsbeoefenaar.

 

Je hebt eigenlijk verschillende rollen tegelijk. Je hebt een beroepsmatige verantwoordelijkheid, die mogelijk in een beroepscode is omschreven, je werkt bij een werkgever en bent daar in dienst en hebt daar een omschreven functie én je hebt als persoon eigen motieven om te willen werken binnen zorg en welzijn. Hoe verhouden die drie posities zich tot elkaar als je aan het werk bent? Beroepsethiek buigt zich over de ethische aspecten en posities die zich voordoen binnen organisaties en beroepsgroepen.

 

professionele verantwoordelijkheidIn de zorg wordt dit schema gebruikt dat, met een kleine aanpassing, ook voor andere werkvelden van toepassing kan zijn (V en VN, 2012).

 

professionele verantwoordelijkheid bestaat uit:

  • functionele verantwoordelijkheid
    Dit zijn taken en opdrachten die je dient uit te voeren als je werkt. Deze zijn afgeleid van de visie van de organisatie die jij dient uit te dragen, want daar heb je voor getekend in je arbeidscontract. Productienormen die gesteld worden door de organisatie dien je te behalen. Functionele samenwerking als teamlid valt ook onder deze verantwoordelijkheid.
  •  

  • beroepsmatige verantwoordelijkheid
    Deze heeft te maken met de inhoud van je vak, vaak vastgelegd in een beroepscode. Wat hoor je wel en niet te doen, te weten en te kunnen als jij werkt als professionele pedagogisch medewerker? Je behoort dus vakbekwaam te zijn en te blijven.
  •  

  • persoonlijke verantwoordelijkheid
    Deze heb je als persoon. Er staat van alles op papier over wat je wel en niet mag/moet doen. In het dagelijkse werk met de klant/cliënt/zorgvrager van 0 tot 100 jaar en het contact met de direct betrokkenen van die doelgroep heb je ook een eigen verantwoordelijkheid als persoon. Jij moet je handelen zelf kunnen verantwoorden.

 

Beroepsethiek gebruik ik om de beroepsbeoefenaar te ondersteunen bij zijn streven het 'goede' te doen. Leren ethisch te reflecteren op eigen denken en handelen kan inzicht geven in je eigen denk- en handelingspatronen. Ethisch reflecteren vooraf laten gaan aan je handelen voorkomt dat je ongefundeerd een beslissing neemt.

 

voorbeelden van vragen die gesteld kunnen worden aan beroepsbeoefenaars

  • Is dat wat ik het 'goede' vind in deze situatie gebaseerd op mijn professionele kennis, vaardigheden en houding of wordt mijn normbesef onbewust gekleurd door het eigen referentiekader dat ik door mijn opvoeding en scholing heb verinnerlijkt?
  • Mag je als beroepsbeoefenaar je intuïtie en een niet-pluis-gevoel als uitgangspunt nemen of moet men zich uitsluitend baseren op feiten?
  • Biedt het huidige marktdenken de beroepsbeoefenaar voldoende mogelijkheden om los van het 'kostenplaatje' eigen afwegingen te maken gebaseerd op een weloverwogen beslissing?
  • Als ik mijn baan dreig te verliezen, is het dan beter mijn mond te houden en geen melding te maken van situaties die ik eigenlijk niet vind kunnen?

↑ top